Nederland dreigt zijn klimaatdoelstellingen voor 2020 niet te halen. De EU eist maatregelen. Het Groningse bedrijf NeRo Renewables biedt groene elektriciteit van Roemeense windparken aan.

Op het ministerie van Economische Zaken word momenteel druk gepuzzeld. Reden: als Nederland niet alle zeilen bijzet haalt het zijn klimaatdoelstelling voor 2020 van 14 procent duurzame energie niet.

Prognoses wijzen er al langere tijd op dat Nederland het niet redt. De laatste raming van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zegt dat Nederland niet verder komt dan 12,2 procent. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat bleef lang optimistisch. Maar nu laat de harde hand van de EU zich gelden.

Boete

De Spaanse Europees Commissaris van Energiezaken Migual Aras Cañeta is recent bij de bewindsman op de koffie geweest. Hij had een duidelijke boodschap: Nederland moet een nieuw plan maken waarmee het de 14 procent wél haalt. Lukt ‘Den Haag’ dat niet, aldus de Spanjaard, dan verzaakt het zijn plicht aan de EU. Dat komt ons land op een boete te staan, waarvan het Europees Hof de hoogte vaststelt. Die zal waarschijnlijk ongeveer gelijk zijn aan de subsidiekosten die in de EU worden betaald voor de capaciteit die ons land tekort komt. Dat bedrag kan oplopen tot vele honderden miljoenen euro’s.

Maar behalve een financiële aderlating wacht het kabinet Rutte ook gezichtsverlies. Het regeerakkoord heeft een klimaatdoelstelling van 49 procent duurzame energie in 2030, een percentage dat veel hoger ligt dan de ruim 30 procent waartoe het zich aan de EU heeft verplicht. En het probeert de unie aan te sporen tot nog grotere ambities: 55 procent in dat jaar. Het is niet erg bevorderlijk voor het gezag van ‘het groenste kabinet ooit’ als ons land volgend jaar al tekort schiet.

Een andere manier

Naast Joint Projects is er nog een andere manier toegestaan om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen met groene energie die in een ander land is opgewekt. Het gaat daarbij om een puur statistische overdracht van hernieuwbare energie tegen betaling. Er is daarbij in tegenstelling tot bij Joint Projects geen sprake van extra productie. Het enige land dat van die mogelijkheid gebruik maakt is Luxemburg. Dat maakt om zijn klimaatdoelen te halen in Litouwen en Estland geproduceerde groene elektriciteit voor de boeken ‘Luxemburgs’.

Soelaas

Wat soelaas kan bieden: groene stroom uit het buitenland. Dat kan volgens de EU-regels via zogeheten Joint Projects. Daarbij produceert een land hernieuwbare energie in een andere lidstaat. Voorwaarde is dat het land waar de groene elektriciteit wordt opgewekt zelf zijn klimaatdoelstellingen heeft gehaald.

Het statutair in Groningen gevestigde bedrijf NeRo Renawables, dat in de Groningers Markus Vrieling – woonachtig in Roemenië – en (sinds kort) Gerrit van Werven twee voormannen en medefinanciers heeft, werkt al een paar jaar aan zo’n Joint Project. De onderneming wil in Roemenië drie windparken met een gezamenlijk vermogen van ruim 1000 Megawatt bouwen, een investering van 1,4 miljard euro. Al geruime tijd biedt het Nederland de naar schatting drie terrawattuur windstroom aan die ze gaan produceren. Ter indicatie: daarmee zou ongeveer een miljoen huishoudens mee bediend kunnen worden.

‘Subsidie hebben we niet nodig’

Vrieling: ,,Als NeRo aan Nederland levert, willen we daarvoor een garantie voor de prijs van grijze (niet duurzame – red.) elektriciteit voor vijftien jaar hebben. Subsidie voor duurzame energie (SDE) hebben we niet nodig.”

En die is voor windparken op land in eigen land nog in ruime mate noodzakelijk om ze rendabel te kunnen exploiteren. Dat NeRo dat niet nodig heeft, komt door de veel goedkopere grond en lagere exploitatielasten, c.q. lonen in het land. Van Werven geeft toe dat ook voor de ondernemers achter NeRo een deal met Nederland heel gunstig zou zijn. ,,Zo’n garantieprijs helpt enorm om investeerders en financiers te vinden. Banken verlangen anders nog aanvullende windmetingen op de locaties van de windparken. In dat geval zal de bouw pas in 2023 zijn voltooid. In de Joint Project-constructie kunnen de windmolens al volgend jaar stroom leveren.”

Het zit niet mee

Wiebes heeft lang de boot afgehouden in de overtuiging dat Nederland voor 2020 zijn klimaatdoelen zou halen. Maar het zit allemaal niet mee. De aanleg van veel zonne- en windparken stuit op weerstand van de bevolking. Bovendien blijkt op steeds meer plaatsen in het land het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit te hebben om de parken aan te sluiten. Er is drie tot vijf jaar nodig om het elektriciteitsnet zó te versterken, eer ze elektriciteit kunnen leveren. De bouw van het windpark op zee voor de kust van Borssele verloopt veel trager dan gedacht. De harde werkelijkheid dat Nederland volgend jaar de 14 procent groene energie niet haalt, tekent zich af.

Dat gaf de Tweede Kamer vorig jaar al reden tot zorg. Die spoorde het Wiebes al diverse keren aan de mogelijkheden van Joint Projects te onderzoeken. Te meer omdat de EU nog niet zo lang geleden de teugels extra heeft aangehaald jegens de lidstaten die hun klimaatdoelen niet halen. Dat is momenteel het geval met Nederland, Ierland en Frankrijk. Brussel heeft tussentijdse ijkmomenten vastgelegd om te kijken of de lijdstaten op koers liggen richting hun klimaatdoelen voor 2030 waartoe ze zich aan de EU hebben verplicht. De taak voor ons land is: 30,46 procent duurzame energie in 2030.

Afgerekend

Nederland wordt afgerekend op het volgende tijdpad: 14 procent in 2020, 16,96 procent in 2022 en 21,7 procent in 2027. Elke keer dat het percentage niet wordt gehaald, zal de EU extra maatregelen afdwingen of een bijdrage eisen voor een fonds waarmee ‘Brussel’ zelf nieuwe productiecapaciteit financiert.

De lidstaat die een achterstand niet inloopt, zal door herhaalde ‘boetes’ het komende decennium financieel stevig bloeden.

Volgens de laatste schatting van het PBL komt Nederland volgend jaar dus een ogenschijnlijk luttel percentage van 1,8 percentage te kort. Het komt ruw vertaald neer op een tekort van 4000 Megawatt vermogen. Ter vergelijking: de grootste kolencentrale in Nederland, die van RWE in de Eemshaven, heeft een vermogen van 1560 Megawatt. Met een gezamenlijk vermogen van 1000 Megawatt zou de inzet van de NeRo-windparken het tekort met een kwart kunnen terugdringen en de Europese boete flink kunnen beperken.

Enige grote Joint Project

Wil de productie meetellen voor de klimaatdoelstelling, dan moeten de NeRo-windmolens in 2020 stroom leveren. Vrieling: ,,Dat betekent echt dat Wiebes uiterlijk deze zomer ja moet zeggen. Anders start de aanleg te laat.” Er is, zegt van Werven, nog een reden om snel tot zaken te komen. ,,Frankrijk, België en Ierland kunnen concurrenten worden om de energie van NeRo te krijgen. Zij hebben hetzelfde probleem als Nederland.” Vrieling: ,,En NeRo is momenteel het enige grote project in Europa dat direct als Joint Project beschikbaar is.”

Een andere manier

Naast Joint Projects is er nog een andere manier toegestaan om met in een andere lidstaat geproduceerde energie aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Het gaat daarbij om een puur statistische overdracht van hernieuwbare energie tegen betaling. Er is daarbij in tegenstelling tot bij Joint Projects geen sprake van extra productie. Het enige land dat van die mogelijkheid gebruik maakt is Luxemburg. Dat maakt om zijn klimaatdoelen te halen in Litouwen en Estland geproduceerde groene elektriciteit voor de boeken ‘Luxemburgs’.